ColumnPurmerend

Column van Eline!: Tegenstellingen

Purmerend, de stad van de tegenstellingen. En toch ook weer niet. En dat is al een tegenstelling op zich. Wat je op het eerste gezicht niet zou vermoeden, is dat Purmerend het gemiddelde representeert van Nederland. Althans dat was eind jaren 90 het geval. Sindsdien is de Weidevenne nog flink uitgebreid en de laatste cijfers heb ik niet paraat. Laten we het er op houden dat Purmerend niet ver van het gemiddelde afligt.

Eind jaren 90 was onze stad zo gemiddeld – qua inwonersaantal, bevolkingssamenstelling, opleidingsniveau, inkomen, etc – dat we voor Albert Heijn de “teststad” werden. We kregen een kookplein om te kijken of dat zou aanslaan. Ook de XL werd op ons uitgeprobeerd. Nieuwe producten lagen als eerste bij ons in de schappen, want wat bij ons niet aansloeg, kwam ook niet in de rest van Nederland terecht.

Er waren twee aspecten waarin we “anders waren”. Ook toen al de wachttijd voor sociale huurwoningen erg lang. En – grappig genoeg – het aantal cafe’s per 1000 inwoners lag toen ver boven het gemiddelde. Dat laatste zal sinds de groei van de Weidevenne flink zijn teruggelopen.

Als je nu kijkt, zie je in Purmerend een “gemiddelde stad” met een uitgesproken mening. En die mening zorgt voor tegenstellingen. Het lijkt wel of je in Purmerend voor of tegen hoort te zijn. Je bent voor opvang van vluchtelingen of je bent er tegen. Je bent voor bebouwing van de Kom A7 of je bent tegen de kap van het Beusebos. Je bent voor het huidige afvalbeleid of je bent tegen. Maar hoe je het ook went of keert, we voelen ons steeds meer “Purmerender” en zijn begaan met onze stad.

Afgelopen woensdag werd ik geconfronteerd met een persoonlijke tegenstelling. Ik liep de Deen op het Van Damplein uit en werd aangesproken door een man. Ik schatte hem achter in de 30, maar hij kan ook jonger geweest zijn. Duidelijk getekend door het leven. Dakloos. Grauw en vaal. Hij liep op me af met een halve fles limonade in zijn hand, een oud leren tasje om zijn nek en vroeg me: “Zou ik zo jouw karretje weg mogen wegbrengen?”. “Tuurlijk, loop maar mee. Ik sta boven”. Geen vraag om geld, behalve natuurlijk die 50 cent. Maar het feit dat hij daar iets voor wilde doen beviel me wel.

Op de roltrap ging het over koetjes en kalfjes. En de vraag kwam: “wat doe jij als beroep”. Ik vertelde in het kort wat ik allemaal doe. En dat ik schrijf. “Ow, misschien kan jij me wel helpen”, was zijn antwoord. En in een stroomversnelling kreeg ik zijn levensverhaal te horen. Waar hij vroeger de fout in was gegaan. Hoe hij al 20 jaar op deze manier leeft. En waar het de laatste jaren fout gaat vanuit de hulpverlening.

Helpen kon ik hem niet. Ik adviseerde hem om te kijken of hij een advocaat zou kunnen regelen. “Ja, die heb ik sinds 3 maanden. Ze doet goed haar best. Maar het gaat zo langzaam. Maar goed, weet je wat het is. Ik heb voor mezelf een plan gemaakt. Binnen 5 jaar wil ik in een normaal huis wonen. Wil ik voor mezelf begonnen zijn. Wil ik een vrouw hebben. Misschien wel een kind. Over 5 jaar heb ik een gewoon leven.”

Ik laadde mijn boodschappen in. Bovenop lag een grote verpakking met kleine zakjes chips. Semi-brutaal vroeg hij: “Ik heb zo een honger, mag ik een zakje van je?”. “Ja hoor, welk smaakje wil je hebben?” “Wokkels of Hamka’s. Die heb ik al zo lang niet meer gegeten”.

Ik gaf hem 2 zakjes en overhandigde hem mijn karretje. Terwijl ik de auto instapte, richtte hij zich op mijn kleuter. “Jij hebt zo een lieve en slimme mama, beloof je me dat je altijd naar haar luistert en goed voor haar zorgt? Ik zou willen dat ik zo een mama had gehad”.

In de auto vroeg mijn zoontje wie die meneer was. En ik vertelde hem dat er heel veel mensen in de wereld zijn die het minder goed hebben dan hij en ik. En dat elkaar helpen heel belangrijk is.

Terwijl ik een rondje reed om het parkeerdek vanaf de andere kant te verlaten, zag ik hem lopen. Op weg naar een auto aan de andere kant waarvan de bestuurder aan het inladen was. Terwijl hij liep, propte hij zijn Wokkels in een enorm tempo in zijn mond. De honger straalde er vanaf. Ik reed naar hem toe, draaide mijn raampje open en zei: “Wil je iets voor mij doen? Loop naar de bakker en koop wat lekkers!”. Ik gaf hem een briefje van 5 euro. “Dit meen je niet? Ontzettend bedankt!” Terwijl ik het dek afreed, zag ik in mijn spiegel dat hij inderdaad de roltrap naar beneden nam.

Je bent voor of je bent tegen. Maar het zijn dingen die je maar in beperkte mate beïnvloeden. ‘s Avonds doen wij onze gordijnen dicht en hebben wij onze eigen wereld. Maar realiseer je dat iedereen een verhaal heeft.

Purmerend is een stad van tegenstellingen, maar ook daar zijn we waarschijnlijk heel gemiddeld in.

Eline

 

Kopfoto: Eline Ploch

Nieuws maken kost nou eenmaal geld. En gratis nieuws bestaat niet. Vond u dit een interessant artikel? Waardeert u ons als nieuwsmedium? Druk dan af en toe op onderstaande knop. 1x per week? 1x per maand? 1x per kwartaal? Gewoon waar u zich goed bij voelt! Zo stelt u ons in staat om nieuws te blijven maken voor iedereen! 

Klik hier om €2,50 te doneren Klik hier om €5,00 te doneren Klik hier om €10,00 te doneren

Gerelateerde artikelen

Wat u zegt

Back to top button
Open chat
1
Heeft u nieuws, foto's van gebeurtenissen of gewoon een vraag of opmerking? Geef het door aan de redactie van Regio Purmerend.