Purmerend – Het bestuur van de stichting Beemster Vanzelfsprekend wil dat de burgemeester en de ambtenaren van de gemeente Purmerend de juiste naamgeving gebruikt voor de Beemster en zijn vier dorpen. De stichting is niet blij met het feit dat de Beemster als achtste wijk is toegevoegd aan de zeven wijken van Purmerend. Dit schrijft de stichting in een open brief aan de burgemeester.
Op de website van de gemeente Purmerend staat dat de Beemster vanaf 1 januari 2022 als achtste wijk toegevoegd is aan de zeven wijken van Purmerend. “De wijk Beemster is opgesplitst in vier buurten: Middenbeemster, Noordbeemster, Westbeemster en Zuidoostbeemster. Belangrijk is dat Beemster behouden blijft als wijknaam, waarmee ook de identiteitΒ en de βcouleur localeβ blijft behouden. Aan de naam van de droogmakerij De Beemster verandert niets. Gemeente Purmerend heeft nu 5 woonplaatsen: Purmerend, Middenbeemster, Noordbeemster, Westbeemster en Zuidoostbeemsterβ, zo staat te lezen.
De stichting Beemster Vanzelfsprekend acht deze redenering onjuist. “De Beemster moet inderdaad de Beemster blijven. Dat betekent dat het dan ook zo genoemd moet worden. De Beemster is geen wijk, hoewel dat ambtelijk bureaucratisch misschien βhandigβ kan zijn. De vier dorpen in de Beemster zijn geen buurten, maar het zijn dorpen. Dat is al 410 jaar zo.”
Ze doen daarom het dringende verzoek om simpel en eenduidig te communiceren: “De Beemster blijft de Beemster, een polder met vier dorpen, die nu onderdeel is van de Gemeente Purmerend. De Beemster de Beemster noemen en de dorpen ook dorpen noemen, doet recht aan de Beemster als polder en als werelderfgoed. Het doet ook recht aan de bewoners van de Beemster die zich vanzelfsprekend met de historie van de Beemster en hun dorpen verbonden voelen. Dat is inderdaad hun identiteit. Dat heeft niets met βcouleur localeβ te maken, dat ook foutief als term wordt gebruikt.”
De stichting hoopt en verwacht dat de juiste naamgeving voortaan gebruikt zal worden. “Vanzelfsprekend willen wij van geen wijken weten. Graag gaan we hierover met u zo nodig in gesprek.”

