Zuidoostbeemster – De Purmerenderweg in de Beemster wordt door bewoners als uiterst onveilig ervaren. Uit een enquΓͺte van Stichting Beemster Vanzelfsprekend blijkt dat 72% van de fietsers en voetgangers zich (zeer) onveilig voelt. Vooral de hoge snelheid van autoβs en het gebrek aan veilige infrastructuur zorgen voor gevaarlijke situaties. De stichting roept de gemeente Purmerend op tot snelle actie.
Van de 653 respondenten gaf maar liefst 39% aan een ongeluk of bijna-ongeluk te hebben meegemaakt. Veel bewoners melden dat autoβs te hard rijden en fietsers afsnijden. Oversteekplaatsen worden als bijzonder gevaarlijk ervaren, omdat automobilisten vaak geen voorrang geven en zebrapaden negeren. De grootste risicoβs zijn volgens de enquΓͺte het ontbreken van een apart fiets- en wandelpad, de hoge snelheid van het verkeer en de drukte op de weg.
Oplossingen zijn helder
Volgens de stichting en bewoners zijn de oplossingen helder. Ze pleiten voor de aanleg van een apart fietspad en trottoir, verkeersremmende maatregelen en een betere handhaving van de 30 km/u-zone. Daarnaast wordt aangedrongen op minder doorgaand verkeer en het plaatsen van stoplichten bij gevaarlijke oversteekplaatsen. Ook het parkeren langs de weg draagt bij aan de onveiligheid. Twee derde van de ondervraagden vindt dat geparkeerde autoβs fietsers en voetgangers in gevaar brengen.
Direct maatregelen
De stichting roept de gemeente Purmerend op om niet langer te wachten op nieuwe onderzoeken, maar direct maatregelen te nemen. βUit de enquΓͺte blijkt duidelijk hoe onveilig de Purmerenderweg is voor fietsers en voetgangers. Het is de hoogste tijd voor praktische oplossingen om de verkeersveiligheid te verbeteren. Nader onderzoek is niet nodig. Ernstiger ongelukken moeten absoluut voorkomen wordenβ, aldus Stichting Beemster Vanzelfsprekend.
De gemeente is op de hoogte van de enquΓͺte en wordt verzocht de voorgestelde maatregelen in 2025 uit te voeren. Bewoners hopen dat hun stem wordt gehoord en dat de Purmerenderweg eindelijk veiliger wordt voor iedereen.


