Zaanstreek-Waterland β Het openbaar vervoer in de regio Zaanstreek-Waterland heeft in januari 2026 zwaar te lijden gehad onder winterse omstandigheden. Dat blijkt uit een nieuwe voortgangsrapportage van de Vervoerregio over vervoerder EBS. Sneeuwval en aanhoudende kou zorgden voor een sterke toename van rituitval en technische problemen met elektrische bussen.
De maand begon met een dik pak sneeuw en lage temperaturen, waardoor niet alle ritten veilig uitgevoerd konden worden. Veiligheid stond volgens de rapportage voorop, waardoor per dag werd bekeken hoeveel van de dienstregeling verantwoord gereden kon worden.
Deze omstandigheden leidden tot een duidelijke piek in de rituitval, met name in week 2, waar het percentage opliep tot 12,46 procent. Ook in de weken daarna bleef de uitval boven de norm van 2 procent, met 5,1 procent in week 3 en ruim boven de 3 procent in de weken 4 en 5.

Een belangrijke oorzaak ligt bij de elektrische busvloot, die gevoelig blijkt voor koude temperaturen. In januari nam het aantal storingen flink toe, vooral in batterijen en elektrische systemen. Daarnaast verbruikten de bussen meer energie door de kou en kwamen situaties voor waarbij de batterijcapaciteit plotseling terugviel. Dit zorgde voor extra buswissels en een lagere inzetbaarheid van voertuigen, waardoor de dienstregeling verder onder druk kwam te staan. De beschikbaarheid van bussen bleef de hele maand onder het benodigde niveau voor de spits.
EBS heeft inmiddels extra capaciteit ingezet in werkplaatsen en werkt samen met fabrikant VDL aan oplossingen. Omdat de vloot relatief nieuw is, worden de problemen deels gezien als kinderziektes. Tegelijkertijd wordt erkend dat storingen in batterijen lastig volledig te voorkomen zijn.
Ondanks de operationele problemen bleef het aantal klantreacties stabiel ten opzichte van december. Reizigers namen vooral contact op over vertragingen, restituties, verloren voorwerpen en vragen rondom MeerPlus.
Op personeelsvlak is er juist sprake van groei. De formatie ligt boven de benodigde bezetting en een deel van de chauffeurs is inmiddels inzetbaar op zowel Zaanse als Waterlandse lijnen. Dit moet zorgen voor meer flexibiliteit bij uitval en wijzigingen. Tegelijkertijd blijft de werving van nieuwe chauffeurs doorgaan.
De rituitval ligt nog altijd boven de afgesproken norm en wordt nauwlettend gemonitord door de Vervoerregio. De verwachting is dat de situatie de komende periode verder stabiliseert. De volgende rapportage over februari wordt in april gepubliceerd.
Relevant artikel:


