Purmerend – De luchtkwaliteit in Purmerend is de afgelopen jaren fors verbeterd. Dat blijkt uit metingen van stikstofdioxide (NOβ) van de GGD op dertien locaties in de stad, verzameld tussen september 2019 en april 2026. Waar de gemiddelde concentratie in het najaar van 2019 nog rond de 25 tot 29 microgram per kubieke meter lucht lag, schommelt die de afgelopen maanden tussen de 12 en 21 microgram. Toch ligt de stad daarmee nog boven de advieswaarde die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert.
De metingen laten een grillig maar aantoonbaar dalend verloop zien. In november 2019 werd het hoogste gemiddelde van de hele meetreeks genoteerd: 29,3 microgram per kubieke meter. In mei van dit jaar werd juist het laagste gemiddelde gemeten, 8,6 microgram. Elk jaar piekt de concentratie in de wintermaanden en zakt die in het voorjaar, een patroon dat samenhangt met weersomstandigheden en de mate waarin uitlaatgassen zich in de lucht verspreiden.
Wie de aprilmetingen van de afgelopen jaren naast elkaar legt, ziet de dalende lijn het duidelijkst: van 19,0 microgram in april 2022, via 13,2 in 2023 en 13,9 in 2024, naar 12,4 in 2025 en 11,7 microgram in april van dit jaar.
Coronadip zichtbaar in de cijfers
De metingen bevestigen ook een effect dat destijds breed werd verwacht: tijdens de lockdowns in de eerste coronagolf zakte de concentratie NOβ merkbaar, doordat er veel minder verkeer op de weg was. Die dip is duidelijk terug te zien in de cijfers over het voorjaar van 2020, voordat de concentraties er weer bovenuit kropen.
Wie meet, en hoe
De metingen zijn afkomstig van de GGD, die met passieve meetbuisjes op vaste locaties in de stad al bijna zeven jaar de concentratie stikstofdioxide bijhoudt. Deze buisjesmethode is een gangbare en relatief goedkope manier om over langere tijd trends in de buitenlucht te volgen, en wordt in Nederland op meer plekken door GGD’s ingezet naast de vaste meetstations van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit.
Snelweg en drukke kruisingen blijven koplopers
Niet elke locatie in Purmerend is gelijk. Bij Laan der Continenten, vlakbij de A7, en bij Gedempte Where werden in de laatste meetronde de hoogste waarden genoteerd, 16,0 respectievelijk 14,8 microgram. Aan de andere kant van het spectrum staan de kruising Oosthuizerweg-Middenweg en de Verzetslaan ter hoogte van Meerland, waar de laatste metingen onder de 10 microgram uitkwamen. Het patroon is consistent met wat op voorhand te verwachten viel: hoe dichter bij snelweg of drukke verkeersader, hoe hoger de concentratie stikstofdioxide, een stof die vooral vrijkomt bij verbrandingsmotoren.
Ruim onder EU-norm, boven WHO-advies
Voor de jaargemiddelde concentratie NO2 hanteert de Europese Unie een wettelijke grenswaarde van 40 microgram per kubieke meter. Aan die norm voldoet Purmerend op alle meetpunten ruimschoots. Minder rooskleurig is de vergelijking met de advieswaarde die de WHO in 2021 vaststelde: 10 microgram per kubieke meter als jaargemiddelde. Op de meeste van de dertien meetlocaties in Purmerend ligt de concentratie boven die grens, vooral bij de drukkere kruisingen en langs de snelweg. Daarmee staat de stad niet op zichzelf: landelijke cijfers laten zien dat de WHO-advieswaarde in Nederland vrijwel overal bij stedelijke en verkeersbelaste meetpunten wordt overschreden, ook al wordt de EU-norm al jaren gehaald.
Wat de cijfers niet vertellen
De reeks van dertien meetpunten geeft een beeld van de trend door de tijd, maar is geen dekkend luchtkwaliteitsnetwerk voor de hele stad. Tussen de meetpunten in wordt de concentratie geschat op basis van interpolatie, wat vooral in gebieden ver van een meetpunt tot onzekerheid leidt. Desondanks bevestigt de lange reeks – bijna zeven jaar aan gegevens – een trend die ook landelijk wordt gezien: de laatste jaren daalt de NO2-concentratie in Nederland verder, na een periode waarin de coronamaatregelen de cijfers tijdelijk vertekenden.
NO2 staat voor stikstofdioxide, een chemische verbinding tussen stikstof en zuurstof met de molecuulformule NOβ. Het is een giftig, roodbruin gas met een scherpe geur dat voornamelijk ontstaat als bijproduct van verbrandingsprocessen bij hoge temperaturen, zoals in uitlaatgassen van auto’s en bij industriΓ«le processen.


