Purmerend – De gemeente Purmerend heeft nog altijd niet genoeg opvangplekken voor Oekraïense ontheemden om aan de regionale afspraak te voldoen. Dat blijkt uit een nieuwe raadsinformatiebrief van het college. Hoewel het aantal plekken de komende tijd verder groeit, blijft er voorlopig nog een tekort van ongeveer 177 opvangplaatsen over.
Purmerend heeft binnen de regio afgesproken om uiteindelijk 1318 opvangplekken voor Oekraïense ontheemden te realiseren. Op dit moment zijn er ongeveer 891 plekken beschikbaar. Met de nieuwe opvanglocatie aan de N244 moet dat aantal stijgen naar ongeveer 1141, maar ook dan is de opgave dus nog niet volledig ingevuld. Het college zegt daarom verder te zoeken naar extra, kleinschalige locaties verspreid over de gemeente.
Nog niet op het afgesproken niveaue
De oorlog in Oekraïne blijft voortduren en het is nog altijd onzeker wanneer terugkeer voor vluchtelingen weer mogelijk wordt. Daardoor blijft de druk op de opvang bestaan. In Zaanstreek-Waterland zijn afspraken gemaakt over de verdeling van verschillende opvangtaken. Purmerend richt zich daarbij vooral op de opvang van Oekraïense ontheemden.
Dat Purmerend de doelstelling nog niet heeft gehaald, maakt het dossier ook de komende tijd actueel. De gemeente moet niet alleen bestaande opvang overeind houden, maar ook nieuwe plekken realiseren om aan de regionale afspraak te kunnen voldoen.
Opvang verschoven binnen Purmerend
De afgelopen periode is er al het nodige veranderd in de opvangstructuur. Zo werd de opvang in de sloopwoningen aan de Boeier- en Schokkerstraat eind oktober 2025 beëindigd vanwege woningbouwplannen in de Wheermolen. Bewoners zijn daarna verhuisd naar andere opvanglocaties binnen Purmerend, vooral naar de Gorslaan.
De locatie aan de Gorslaan is inmiddels in gebruik, maar nog niet helemaal gevuld. Dat komt volgens de gemeente doordat in regionaal verband eerst voorrang werd gegeven aan andere beschikbare opvangplekken. De verwachting is wel dat de locatie door gefaseerde overplaatsingen uiteindelijk voor meer dan 90 procent bezet zal zijn. Op de begane grond worden daarnaast nog appartementen gerealiseerd voor bewoners die meer rust en begeleiding nodig hebben.
Meeuwvleugel langer open
Voor bewoners van de opvanglocatie Meeuwvleugel is er meer duidelijkheid gekomen. De Zorgcirkel en Woonzorg Nederland blijven deze locatie beschikbaar stellen tot en met 30 juni 2027. Daarmee kunnen Oekraïense ontheemden daar langer blijven wonen.
N244 moet voor grote uitbreiding zorgen
De belangrijkste uitbreiding van de opvangcapaciteit moet komen van de nieuwe locatie aan de N244. De gemeente meldt dat de ontwikkeling van die plek “in volle gang” is. De ruimtelijke vergunning is verleend, het technische deel van de vergunning is inmiddels ook ingediend en de eerste voorbereidende werkzaamheden zijn gestart. Als alles volgens planning verloopt, kan de locatie eind 2026 in gebruik worden genomen.
Ook het oude gemeentehuis in Middenbeemster blijft in beeld als opvanglocatie. Daar wordt gewerkt aan de voorbereiding van een verbouwing. Die werkzaamheden starten naar verwachting in het laatste kwartaal van 2026 en duren tot en met het tweede kwartaal van 2027. Daarnaast wordt ook het Van der Valk Hotel Purmerend in Zuidoostbeemster nog genoemd als mogelijke tijdelijke opvangplek, al is dat pand op dit moment nog niet overgedragen aan de gemeente. Deze locatie zal in ieder geval nog tot eind 2026 dienen voor opvang van statushouders.
Nieuwe druk door spreidingswet
Naast de opvang van Oekraïense ontheemden krijgt Purmerend ook te maken met nieuwe verplichtingen vanuit de spreidingswet. Voor de tweede cyclus ligt er voor Purmerend een indicatieve opgave van 479 asielopvangplekken, waarvan 30 plekken voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Volgens het college zijn die aantallen nog onderwerp van regionaal overleg, maar de inzet blijft om Oekraïners te blijven opvangen, ook als die taakstelling verder stijgt.
Daarmee lijkt duidelijk dat het opvangdossier in Purmerend voorlopig nog niet van tafel is. De gemeente zal de komende tijd verder moeten bouwen, verbouwen en zoeken naar nieuwe plekken om aan de regionale afspraken te kunnen voldoen.


