Purmerend – Een ondernemer uit Purmerend moet ruim tweeduizend euro aan coronasteun terugbetalen aan de gemeente. Dat heeft de Rechtbank Noord-Holland bepaald.
De zaak draait om de zogenoemde Tozo-regeling, een tijdelijke steunmaatregel voor zelfstandigen tijdens de coronapandemie. De ondernemer ontving in 2020 een uitkering voor de maanden maart, april en mei.
Controle jaren later
In 2024 startte de gemeente een controle naar de rechtmatigheid van de uitkering. Daarbij werd de ondernemer meerdere keren gevraagd financiΓ«le documenten aan te leveren, zoals belastingaangiften en jaarcijfers.
Omdat deze informatie volgens de gemeente niet volledig werd verstrekt, werd de uitkering aanvankelijk volledig ingetrokken en een bedrag van ruim 3.100 euro teruggevorderd.
Deel van steun blijft
Tijdens de rechtszaak leverde de ondernemer alsnog aanvullende stukken aan. Daaruit bleek dat hij in april 2020 verlies had geleden en dus wel recht had op steun.
Voor maart en mei 2020 concludeerde de gemeente echter dat er voldoende inkomsten waren. Daardoor moet de ondernemer uiteindelijk β¬2.104,64 terugbetalen.
Procedurefout gemeente
De rechtbank stelde vast dat de gemeente een procedurefout maakte: de ondernemer kreeg in bezwaar niet de kans om zijn verhaal mondeling toe te lichten tijdens een hoorzitting.
Toch heeft dat geen gevolgen voor de uitkomst van de zaak. Volgens de rechter kon de ondernemer zijn standpunt later alsnog tijdens de zitting toelichten en is hij daardoor niet benadeeld.
Terugvordering blijft staan
De rechter oordeelt dat de gemeente mocht uitgaan van de beschikbare financiΓ«le gegevens. Omdat de ondernemer geen facturen of andere bewijsstukken leverde die zijn uitleg konden ondersteunen, blijft de terugvordering in stand.
Het beroep van de ondernemer is daarom ongegrond verklaard.


