Nieuwjaarstoespraak burgemeester Purmerend

Archieffoto

Purmerend – Burgemeester Bijl gaf vanmiddag in de Purmaryn zijn jaarlijkse nieuwjaarstoespraak. Hieronder de gehele tekst.

Dames en Heren,

Nogmaals welkom in onze mooie Purmaryn. Vorig jaar hebben wij voor het eerst de nieuwjaarsbijeenkomst hier gehouden. Toen kregen wij vele positieve reacties. Dit theater geeft ons de mogelijkheid om meer ruimte te bieden aan het programma. Bovendien is de foyer nog mooier dan voorheen en nog geschikter voor de receptie.

Wij zijn natuurlijk ook erg blij met de bereidheid van ons onvolprezen Stedelijk Orkest om deze nieuwjaarsbijeenkomst muzikaal te begeleiden.

Wij staan aan het begin van een belangrijk jaar met de gemeenteraadsverkiezingen in het verschiet. Purmerend heeft al langere tijd een constructief bestuur met betrokken raads- en collegeleden. Ik hoop, dat deze goede lijn in de volgende bestuursperiode wordt doorgetrokken. Wij kennen allemaal de voorbeelden van gemeenten waar het bestuur om wat voor reden dan ook te wensen overlaat. Dat trekt aandacht die de bestuurskracht niet ten goede komt.

Goed bestuur lijkt op het eerste gezicht misschien een beetje saai, maar is wezenlijk voor een democratische samenleving. Goed bestuur gaat over recht en rechtmatigheid, over ordentelijke dienstverlening en bedrijfsvoering en over een open houding naar de inwoners. Opvattingen mogen verschillen – daar wordt respectvol mee omgegaan – maar er moet kunnen worden doorgepakt, besluiten worden genomen. Anders geldt het recht van de sterkste. Ik hoop op een raad waarin de verschillende opvattingen die leven in de samenleving tot uitdrukking komen, maar ik hoop ook, dat de samenstelling niet zo fragmentarisch zal zijn, dat het de coalitievorming bemoeilijkt.

Wij leven in een dynamische tijd na de jaren waarin de crisis ons heeft beperkt. Gelukkig is Purmerend nooit op slot gegaan en daar plukken wij nu de vruchten van. Voorbeelden zijn onze prachtige nieuwe sporthal, de vele bouwprojecten en de positieve ontwikkeling op bedrijventerrein Baanstee Noord.

Het stadsbestuur is zich steeds meer bewust van de rol die het te vervullen heeft voor en met de inwoners. Die werkwijze, die wij gemakshalve van buiten naar binnen noemen, leidt tot andere verhoudingen op tal van terreinen waar de leefwereld van de inwoners voorop staat in plaats van de systemen, de managers en de ideeën die op afstand worden bedacht. Die werkwijze betekent ook samen kijken naar de resultaten die wij willen bereiken. Dit lukt niet van de ene dag op de andere maar wij zijn wel goed bezig. Dat kunnen wij afleiden uit de omnibusenquête en uit de verhalen van onze inwoners in de stad, in de wijken, in de buurten.

Wij kunnen ons gesteund voelen door niemand minder dan Herman Tjeenk Willink, minister van Staat, informateur en voormalig vicepresident van de Raad van State, die hele behartigenswaardige woorden heeft gesproken over de essentie van de democratische rechtsstaat. Zijn conclusie is, dat de weg waarlangs we de afgelopen decennia het functioneren van de overheid hebben benaderd, doodloopt. Er lag een sterke nadruk op de overheid als bedrijf en op het mechanisme van vraag en aanbod. Wij hebben het fundament van ons staatsbestel, de democratische rechtsorde, verwaarloosd. Tjeenk Willink stelt, dat politieke visies zijn verwaterd en vaak ingewisseld voor financieel-economische overwegingen. De paradox is dat wanneer er alleen op geld wordt gestuurd, de uiteindelijke kosten voor overheid en gemeenschap hoger worden. Hij pleit voor meer aandacht voor uitvoering en uitvoerbaarheid van beleid, waarbij inhoudelijke deskundigheid bij de overheid zelf onontbeerlijk is.

Er is natuurlijk veel meer hierover te zeggen, maar de gedachten van deze eminente staatsman proberen wij vorm te geven in onze werkwijze. Hierin past bijvoorbeeld ook niet de traditionele werkwijze van accountants en rekenkamercommissies. Ook controlemechanismen zijn aan herijking toe want die leveren steeds meer onvruchtbare spanningen op tegen hoge kosten.

Onze werkwijze sluit naar mijn gevoel uitstekend aan bij de noden en wensen van onze toekomstige partner Beemster. Zoals wij oog moeten hebben voor de verschillende wensen van buurten en wijken, zullen wij ook gevoel moeten hebben voor de waarden en de leefbaarheid in de dorpen. Dat willen wij ook, vanuit het belang van Beemster, maar ook vanuit dat van Purmerend. Stad en platteland die elkaar zo mooi aanvullen. Ik durf te beweren, dat wij ambtelijk al het nodige aan kwaliteit hebben bewezen.

Ik ken natuurlijk de verhalen, dat Purmerend de Beemster vol zou willen bouwen. Ik zeg het maar zoals het is: dat is onzin. De huidige plannen zijn van Beemster zelf. Het is volstrekt niet in ons belang om Beemster vol te bouwen. Zo’n mooi werelderfgoed koesteren is ook in ons belang. De stedeling heeft ruimte nodig voor kwaliteit van leven. Ik ben benieuwd hoe de Beemsterlingen uitdrukking geven aan hun eigen waarden en wat zij van ons verwachten. Ik durf de stelling aan, dat een nieuwe gemeente Purmerend-Beemster in de toekomst beter in staat is die waarden te borgen, bijvoorbeeld door de beschikbare deskundigheid in de sfeer van landschapsbeheer en sociale infrastructuur.

Dat er zorgen zijn in Beemster over de gevolgen van de fusie  begrijp ik. Als oud burgemeester van Schermer en oud burgemeester van de heringedeelde gemeente Wijdemeren herken ik die gevoelens. Tegelijkertijd heb ik ervaren, dat voor vele inwoners de identiteit van hun dorp voorop staat en niet zozeer de gemeente. Op hun directe leefomgeving willen zij terecht invloed kunnen hebben. Ik ben ervan overtuigd, dat wij daar gezamenlijk prima vormen voor kunnen vinden.

Overigens wil ik hieraan toevoegen, dat er ook in Purmerend vragen leven over Beemster. Ook daarop moeten wij antwoord geven.

Later in mijn toespraak kom ik nog terug op de ambtelijke samenwerking met Beemster.

Purmerend kiest voor beheerste groei. Wij willen en moeten bouwen vanwege de enorme vraag vanuit de samenleving en om onze voorzieningen in stand te houden. Die maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten wij nemen, maar niet overal en niet ten koste van alles. Wij benutten beschikbare plekken in de stad, wij gaan de hoogte in, wij transformeren bedrijfsterreinen, maar wij behouden ook onze parken en ons Purmerbos en wij blijven natuurgebieden in Laag Holland en ’t Twiske subsidiëren. Over sommige andere gebieden voeren wij discussie. Dat gebeurde vroeger en dat gebeurt nu ook vanwege de dynamiek in de samenleving.

Ik spreek bijna wekelijks echtparen die 60-, 65- of zelfs 70-jaar getrouwd zijn en die ooit naar Purmerend zijn gekomen voor een huis, nadat zij vaak jaren hadden ingewoond bij hun ouders of op andere plekken drie hoog achter. Purmerend is toen gegroeid. Hun kinderen en kleinkinderen willen hier ook graag wonen. Laten wij blij zijn, dat zij zich zo verbonden voelen met onze stad.

Wij kijken naar de toekomst met onder meer het project 2040. Dit is juist ingegeven door de gedachte dat bouwen geen doel op zichzelf is, maar dat het gaat om het huisvesten van mensen vanuit de huidige en toekomstige maatschappelijke vraag, waarbij rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld demografische ontwikkelingen. De dynamiek in de samenleving is natuurlijk van veel factoren afhankelijk, zoals een creatief bedrijfsleven, goed onderwijs en betrokken zorgverlening, maar bijvoorbeeld ook de inzet van actieve vrijwilligers, van wie Purmerend er velen kent. Wonen is echter een belangrijke basisvoorwaarde.

Ik wil, zoals gezegd, nog een paar dingen zeggen over de ambtelijke samenwerking met Beemster. Zowel Beemster als wij hadden hiermee geen ervaring, dus het was in zekere zin een avontuur. Wij hebben er veel van geleerd en dankzij de goede verhouding met het gemeentebestuur van Beemster er het meeste van gemaakt. Maar het is niet genoeg. Dat is geen verwijt maar een constatering, overigens in lijn met het advies van het onderzoeksbureau SeinstravanderLaar aan de gemeenteraad van Landsmeer. Ambtelijke samenwerking is veel ingewikkelder dan gedacht en werkt alleen als opmaat voor een bestuurlijke fusie. Hoewel veel gemeenteraden ambtelijke fusie omarmen om zelfstandigheid te behouden komt het feitelijk erop neer, dat bestuurlijke vraagstukken worden overgeheveld naar het ambtelijk apparaat dat er chocolade van moet maken. Door de enorme loyaliteit van onze ambtenaren lukt nog verrassend veel, maar dat heeft niet veel meer te maken met bestuurlijk je democratische verantwoordelijkheid nemen. Ik kan zo een reeks voorbeelden opnoemen.

Door schaalvergroting zijn minder samenwerkingsverbanden en andere hulpstructuren nodig, waardoor de democratische controle ook beter kan zijn. Schaalvergroting is naar mijn mening alleen acceptabel als er schaalverkleining tegenover staat. Daarmee bedoel ik, dat wij het bestuur zo moeten vormgeven, dat er ook altijd oog is voor de dorpen, buurten en wijken. De werkwijze van de gemeente moet worden aangepast aan de behoefte van mensen om invloed te hebben op hun eigen leefomgeving.

Voor sommige onderwerpen zijn hulpstructuren nodig, zoals de Metropoolregio Amsterdam. U weet wellicht, dat ik mij er flink voor heb ingezet en ik ben best een beetje trots op het resultaat, omdat er voor het eerst een essentiële verbinding is gelegd met de gemeenteraden. De MRA is het belangrijkste economische gebied van Nederland en heeft te maken met een enorme bouwopgave, maar wil ook zorgvuldig met het open gebied omgaan. Zonder samenwerking is dat onmogelijk. Wij hebben nog een hele weg te gaan, maar de basis biedt uitstekende kansen, zeker ook in combinatie met de Vervoerregio Amsterdam. Onze Vervoerregio want de gemeenten zijn aandeelhouder.

Terugkijkend op 2017 was de verbouwing van het stadhuis een belangrijke mijlpaal. Een nieuwe uitstraling met een open houding naar de stad. Meer dan 1300 inwoners hebben de open dag bezocht en ik heb vrijwel iedereen de hand geschud en zeer velen gesproken over hun indrukken. De grote belangstelling en de positieve reacties hebben ons heel goed gedaan. Indrukwekkend en ontroerend was de bijdrage van mijn goede collega en vriend Eberhard van der Laan aan de opening van het stadhuis. Eén van zijn allerlaatste ambtshandelingen uit vriendschap en betrokkenheid. Wij missen hem; ik mis hem.

Purmerend gaat een mooie toekomst tegemoet, hopelijk hand in hand met Beemster. De bestuurlijke samenwerking in Zaanstreek-Waterland is hier en elders in beweging. Veranderingen zijn op komst omdat maatschappelijke ontwikkelingen daarom vragen, terwijl wij nu gewoon aan het werk zijn met onze huidige partners in het gebied. De gebiedsvisie Zaanstreek-Waterland en de uitvoering daarvan zijn goede voorbeelden. Uit de duidelijke signalen van de buurgemeenten blijkt, dat de stap naar één gemeente Groot-Waterland zeker nu een stap te ver is, maar het eindstation van de veranderingen is nog niet bereikt. Die reis duurt nog een tijdje.

Wij staan ondertussen open voor het gesprek over die toekomst en over de bestuurlijke en inhoudelijke vormgeving daarvan.

Er zijn natuurlijk meer thema’s waar ik op in zou willen gaan. In dit bestek is dat niet mogelijk.

De tijd waarin wij leven is dynamisch en ingewikkeld. Digitalisering biedt kansen, maar kan ook mensen uitsluiten. In de samenleving dreigt een tweedeling tussen mensen die de wereld als hun speelveld zien en mensen die alle veranderingen als bedreiging ervaren. Ook in Purmerend. Wij zullen daarmee om moeten gaan, maar altijd met oog voor de menselijke maat en voor de menselijke behoeften en zorgen.

Ik ben ervan overtuigd, dat wij dat kunnen.

Dames en Heren, ik wens u en de uwen een heel voorspoedig en gezond 2018 toe.

Bron: Gemeente Purmerend

Regio Media TV

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Elke vrijdag om 12:00 uur in uw mailbox.

Laatst binnengekomen

Volg en vind ons leuk op Facebook

Geef als eerste een reactie

Wat u zegt