Gezamenlijk woonproject aan de Westdijk in Westbeemster mondt uit in jarenlang juridisch conflict

Westbeemster – Wat begon als een gezamenlijk woonproject van twee goede vrienden, is jaren later uitgemond in een juridisch conflict. In 2008 bouwden ze samen een stolpboerderij aan de Westdijk in Westbeemster, waarin ze ieder met hun gezin een helft betrokken. Inmiddels is de vriendschap bekoeld: op donderdag 8 mei stonden de twee tegenover elkaar bij de Raad van State, ruziënd over de plannen voor nieuwbouw op het perceel.

De hoogste bestuursrechter heeft op woensdag 9 juli 2025 uitspraak gedaan in de zaak en verklaarde het hoger beroep van de ene bewoner – die bezwaar maakte tegen de bouwplannen van de ander – ongegrond. Daarmee blijft de omgevingsvergunning voor de bouw van een tweede woning op het perceel ongewijzigd in stand.

Burenstrijd over bouw op stolperf

De zaak draait om een perceel aan de Westdijk waar in 2009 een stolpboerderij werd gebouwd, op basis van een vergunning met vrijstelling van het toen geldende bestemmingsplan. Die stolp is vormgegeven als twee-onder-een-kapwoning, waarin beide betrokkenen sindsdien wonen.

In 2019 vroeg één van hen een omgevingsvergunning aan voor de bouw van een tweede, vrijstaande woning op een apart deel van zijn perceel. De toenmalige gemeente Beemster verleende de vergunning in maart 2020. De buurman – bewoner van de andere helft van de stolp – diende bezwaar in, dat werd afgewezen. Ook zijn beroep bij de rechtbank Noord-Holland in 2023 haalde niets uit. Daarom stapte hij naar de Raad van State.

Bezwaarmaker: “Er is een fout gemaakt”

Volgens de appellant bevat het bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 een vergissing. Er zouden per ongeluk twee bouwvlakken zijn ingetekend op het perceel, terwijl de gemeenteraad volgens hem slechts één woning wilde toestaan. Hij wees op een voorbereidingsbesluit uit het verleden en benadrukte dat bij de bouw van de stolpboerderij expliciet was afgesproken dat de oude woning elders op het erf zou worden gesloopt. Een tweede woning zou het karakter van het gebied aantasten en was volgens hem “in strijd met het rechtsgevoel van omwonenden”.

Ook stelde hij dat de vergunningsaanvrager bewust gebruik had gemaakt van die vermeende fout in het bestemmingsplan.

Raad van State: “Geen kennelijke misslag”

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter anders. Volgens de Raad van State is in het bestemmingsplan duidelijk sprake van twee afzonderlijke bouwvlakken, waarbij op elk bouwvlak maximaal één woning is toegestaan. De planregels en de bestemmingskaart zijn juridisch eenduidig en niet tegenstrijdig.

De rechter ziet dan ook geen “kennelijke misslag” – een fout die voor iedereen direct zichtbaar en onmiskenbaar zou moeten zijn. Ook de beweerde bedoeling van de gemeenteraad of de context van eerdere afspraken doet daar niet aan af. “De ruimtelijke belangenafweging heeft al plaatsgevonden bij de vaststelling van het bestemmingsplan,” zo concludeert de Raad van State. Het toenmalige college van Beemster mocht de vergunning dus gewoon verlenen.

Einde van langdurige burenruzie

De uitspraak betekent dat de omgevingsvergunning definitief is en de tweede woning gebouwd mag worden. Daarmee komt een jarenlang geschil tussen de buren tot een formeel einde, maar het is de vraag of de relatie tussen de voormalige vrienden ooit nog wordt zoals die begon. Wat begon als een gezamenlijk woonavontuur is uitgelopen op een juridische strijd, die zijn climax vond bij de hoogste bestuursrechter van Nederland.

AANBEVOLEN ARTIKELEN

NET BINNEN

MEEST GELEZEN

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *