Amsterdam – Het gerechtshof Amsterdam heeft een 58-jarige vrouw uit Purmerend alsnog veroordeeld voor opzettelijke brandstichting in haar eigen woning aan de Boeierstraat. De brand vond plaats in de vroege ochtend van 29 oktober 2020. Waar de rechtbank Noord-Holland haar in 2021 nog volledig vrijsprak, oordeelt het hof dat nieuw onderzoek en aanvullende verklaringen voldoende bewijs leveren om tot een veroordeling te komen.
De vrouw krijgt een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk. Omdat zij eerder ruim drie maanden in voorarrest zat, hoeft zij niet terug de cel in. Wel moet ze zich melden bij de reclassering en verplicht meewerken aan psychische diagnostiek en eventuele behandeling.
Nieuwe feiten kantelen de zaak
De zaak kwam opnieuw in beweging nadat het Openbaar Ministerie in hoger beroep aanvullend onderzoek liet uitvoeren. Dat onderzoek leverde informatie op die in eerste aanleg nog ontbrak. Het hof noemt dat bewijs “belastend en in onderlinge samenhang overtuigend”.
Onder meer uit bankgegevens blijkt dat de verdachte om 05.35 uur, minder dan een uur voor de brandmelding, vijf liter benzine kocht bij de Tamoil op 170 meter van haar woning. De aankoop werd gedaan met een bankpas die op naam stond van een vriendin, maar waarvan vaststaat dat de Purmerendse als enige de pincode kende en de pas in gebruik had.
Ook de tijdlijn is zwaar. De vrouw telefoneerde om 05.45 uur nog vanuit haar woning, verklaarde dat ze “de bus moest halen” en checkte om 06.19 uur in op een bus richting Amsterdam. Om 06.18 uur kwamen de eerste meldingen van de brand binnen. Voor het hof staat daarom vast dat de verdachte vlak voor het uitbreken van de brand nog thuis was.
Radiator als oorzaak ongeloofwaardig
De verdediging stelde dat de brand mogelijk spontaan is ontstaan door een oververhitte radiator in een rommelige hal vol papier en kleding. Volgens het hof kan een door een cv-ketel verwarmde radiator echter nooit heet genoeg worden om papier te laten ontbranden.
Bovendien werden geen technische oorzaken gevonden. De enige logische conclusie is volgens het hof dat er vuur is ingebracht of achtergelaten, in combinatie met de kort daarvoor aangeschafte benzine.
Geen motief nodig, maar wel aannemelijk probleemgedrag
Hoewel er geen duidelijk motief is vastgesteld, ziet het hof wel aanwijzingen voor psychische problemen. De woning lag vol met spullen; de verdachte verklaarde zelf eerder last te hebben gehad van PTSS en catatonie. Dat zou volgens het hof kunnen hebben meegespeeld, temeer omdat ze binnen afzienbare tijd haar woning moest verlaten in verband met sloop.
Een motief is juridisch echter niet vereist: de combinatie van tijdlijn, aanschaf van benzine en de afwezigheid van een technische oorzaak is voldoende voor een bewezenverklaring.
Straf verlaagd door lange duur van de procedure
De brandstichting ligt inmiddels vijf jaar achter de vrouw en de procedure duurde volgens het hof onnodig lang, wat in strijd is met het recht op berechting binnen redelijke termijn. Door deze overschrijding vermindert het hof een deel van de voorwaardelijke straf. Toch blijft een zware voorwaardelijke straf staan.
Het hof noemt brandstichting in een rijtjeswoning immers “zeer gevaarlijk” en wijst op de grote schade: een belendende woning raakte beschadigd en de eigen woning werd onbewoonbaar.




