Purmerend – De gemeente Purmerend wil langs de N244 een nieuwe opvanglocatie realiseren voor Oekraïense ontheemden. Het plan omvat 60 tijdelijke woningen: 4 studio’s, 48 driekamer-units en 8 vierkamer-units. Daarmee is er plek voor circa 250 bewoners.
De investering bedraagt bijna 18 miljoen euro, waarvan ruim 11,7 miljoen door de gemeente moet worden gefinancierd. De gemeenteraad beslist eind september over het voorstel. Voorafgaand wordt het voorstel in de commissie maatschappelijk van 10 september behandeld.
Van de totale investering wordt ruim € 6 miljoen gedekt door bijdragen van het Rijk, waaronder een transitiekostenvergoeding van € 5,2 miljoen voor het bouwrijp maken van de grond. Het resterende netto krediet van € 11,7 miljoen wordt door de gemeente Purmerend gefinancierd.
Volgens het college blijft de exploitatie per saldo neutraal, doordat er een rijksvergoeding per bed beschikbaar is en tekorten worden aangevuld uit de gemeentelijke reserve Opvang ontheemden Oekraïne.
Afschrijving roept vragen op
Opvallend is dat Purmerend de investering in 20 jaar wil afschrijven, terwijl de opvanglocatie maximaal 10 jaar gebruikt mag worden. Het college gaat ervan uit dat de woningen daarna elders herplaatst kunnen worden of dat het Rijk ze tegen 60% van de waarde overneemt.
Critici waarschuwen dat dit een optimistische inschatting is: na tien jaar kan de markt voor gebruikte units tegenvallen, en als de overname door het Rijk lager uitvalt dan verwacht, blijft Purmerend alsnog met restschulden zitten. Een afschrijving in tien jaar zou veiliger zijn, maar dat zou de jaarlijkse lasten fors verhogen.
Onzekerheid na 2029
De rijksvergoeding per bed loopt slechts tot 1 maart 2029. Wat er daarna gebeurt, is onbekend. Mocht de regeling worden versoberd of beëindigd, dan moet Purmerend de exploitatie zelf betalen. In dat geval kan de gemeente tijdelijk terugvallen op de eigen reserve Opvang ontheemden Oekraïne, maar die pot is eindig.
Het college houdt daarnaast de mogelijkheid open om de woningen na afloop van de Oekraïense opvang in te zetten voor andere doelgroepen, zoals statushouders en/of lokale spoedzoekers. Dat zou inkomsten kunnen opleveren en voorkomen dat subsidies moeten worden terugbetaald.
Risico’s stapelen zich op
Naast de afhankelijkheid van het Rijk wijst het raadsvoorstel op andere risico’s: hogere aanbestedingskosten, stijgende rente en provinciale huur, hoge herstelkosten na afloop en de kans dat de locatie toch geen tien jaar kan worden benut. Het college stelt dat deze risico’s zijn af te dekken via reserves, maar als meerdere tegenvallers tegelijk optreden, kan het project alsnog miljoenen duurder uitvallen.
Planning en omgeving
Ondanks de financiële onzekerheden wil het college doorpakken en hoopt deze op steun van een meerderheid in de gemeenteraad. In het najaar van 2025 wordt dan de omgevingsvergunning aangevraagd. Als alles volgens plan verloopt, worden de eerste woningen medio 2026 geplaatst.
Relevant artikel:







