Ooit was het centrum van Purmerend een plek waar je vooral rustig kon slenteren, een boodschapje kon doen en zonder problemen een kanon kon afschieten zonder iemand te raken. Maar die tijden zijn voorbij. Dankzij het Programma Binnenstad – het gemeentelijke masterplan uit 2022 – transformeert Purmerend in een stad die zichzelf opnieuw heeft uitgevonden. Vergelijk het met een midlifecrisis, maar dan goed aangepakt: geen dure sportauto of plotselinge haartransplantatie, maar een complete make-over die de binnenstad in één klap hipper maakt dan een vintage winkel in De Pijp.
En dat werpt zijn vruchten af. Volgens onderzoeksbureau Locatus struinden er in het najaar van 2024 maar liefst 71.400 mensen per week door de binnenstad – een stijging van 17.000 bezoekers ten opzichte van een jaar eerder. Dat is alsof heel Assen heeft besloten dat Purmerend ineens een tripje waard is. Of alsof iedereen in Waterland zijn huis uit is gevlucht omdat ze dachten dat er in Purmerend wél iets te beleven viel.
Van groen tot grootsheid: Purmerend is op stoom
Het Programma Binnenstad is geen halve maatregel. Het is een allesomvattende strategie die de stad transformeert van een charmant, maar vrij nutteloos achtergronddecor in een bruisende mini-metropool. De kernwoorden: meer groen, minder leegstand, meer evenementen, en gewoon keihard winnen.
Waar je vroeger in de binnenstad de hele dag op een bankje kon zitten zonder een levende ziel te zien, moet je nu vechten voor een plekje op het terras. Bezoekers flaneren door Purmerend alsof ze op de Champs-Élysées lopen. Nog even en je hebt een reservering nodig om überhaupt de stad in te mogen. Overigens komt de Koemarkt zeker op stoom op 6-8 september in Purmerend.
Toeristen uit omliggende steden beginnen Purmerend zelfs als een weekendtrip te beschouwen. “Gaan we naar Rome? Nee joh, we doen lekker Purmerend.” De duiven in het centrum kijken zelfs iets arroganter dan voorheen, waarschijnlijk omdat ze weten dat ze in een stad wonen die hot and happening is.
100.000 bezoekers per week: De meedogenloze mars vooruit
Maar de gemeente wil méér. 100.000 bezoekers per week – dat is het doel. Dat betekent dat Purmerend zich qua aantrekkingskracht moet meten met de Efteling op een zonnige zondag, maar dan zonder huilende kinderen en belachelijk lange wachtrijen (voorlopig).
Hoe gaan we dat flikken? Door gewoon álles uit de kast te trekken. Leegstaande panden? Niet meer. Ondernemers? Geheime wapens. Cultuur en kunst? Overal. Waar voorheen de winkels leegstonden als een tandeloze glimlach, worden ze nu omgebouwd tot bloeiende hotspots. Nog even en je moet via loting een entreekaartje bemachtigen om op zaterdagmiddag je brood te halen.
Van de Kaasmarkt tot de Koemarkt: het bruist. Terrassen zitten vol, winkels worden druk bezocht en mensen flaneren door de stad alsof ze in de nieuwste Netflix-serie over een hippe Europese stad spelen. En dat terwijl Purmerend tot voor kort vooral een plek was waar ‘gezelligheid’ betekende dat je in een café een kop koffie dronk terwijl je buurman zijn derde bitterbal dipte.
Purmerend 2.0: Wat Nu?
De vraag is niet meer “kan Purmerend dit?”, maar “kan de rest van de wereld Purmerend nog bijhouden?”. Misschien hebben we binnen vijf jaar een metro, een skywalk tussen de Beemster en het centrum, of een officiële toeristengids voor mensen die zich afvragen hoe deze stad ineens zo belachelijk populair is geworden.
Één ding is zeker: Purmerend is klaar met bescheiden zijn. De stad is wakker, schudt de polderstof van zich af en is keihard op weg naar de top. Purmerend, van slapend stadje naar onvermijdelijke wereldstad.





