Amsterdam – Een 26-jarige man is in hoger beroep veroordeeld tot een taakstraf van 140 uur voor een auto-inbraak in Zandvoort en een poging daartoe in Edam. Het hof acht bewezen dat hij beide voertuigen openbrak, mede op basis van DNA-sporen die op de plekken van de braak zijn aangetroffen.
Volgens het hof brak de man begin augustus 2024 in bij een camper in Zandvoort. Daarbij werd een snelheidsdisplay gestolen en raakte het voertuig zwaar beschadigd. Enkele dagen eerder was in Edam een ruit van een andere auto ingeslagen. Uit die wagen werd niets weggenomen, maar op de bestuurdersstoel lag bloed.
Forensisch onderzoek
Forensisch onderzoek koppelde beide bloedsporen aan dezelfde verdachte. De kans dat het DNA van iemand anders was, is volgens deskundigen kleiner dan één op één miljard. De man heeft tijdens het onderzoek gezwegen en is niet op zitting verschenen. Hij gaf geen verklaring voor de aanwezigheid van zijn bloed in de voertuigen.
De rechter oordeelt dat het DNA, in combinatie met de braakschade en de omstandigheden, voldoende bewijs oplevert. Het hof legt een hogere straf op dan eerder door de politierechter was gedaan. Daarbij weegt mee dat de verdachte al eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten.
Als de taakstraf niet wordt uitgevoerd, moet de man 70 dagen de cel in.





