Purmerend – De gemeente Purmerend beschikte in 1936 niet over voldoende financiële middelen om het verdwenen carillon in de raadhuistoren op de Kaasmarkt te vervangen. Dat maakte burgemeester H. Cramwinckel op 5 april van dat jaar bekend. Herstel of aanschaf van een nieuw traditioneel carillon bleek destijds onhaalbaar voor de gemeentekas.
Om de stad toch weer te laten genieten van klokkenspel, koos het gemeentebestuur voor een tijdelijke en aanzienlijk goedkopere oplossing. Er werd gekeken naar een geluidsinstallatie die via grammofoonplaten carillonmuziek liet klinken door luidsprekers in de stadhuistoren.
Technische noviteit
De installatie was een technische noviteit van Philips uit Eindhoven en was bedoeld om het geluid van een echt carillon zo natuurgetrouw mogelijk na te bootsen. Op de platen was het spel te horen van J. Vincent, beiaardier van het Koninklijk Paleis in Amsterdam.
Volgens burgemeester Cramwinckel bood deze oplossing Purmerend de mogelijkheid om opnieuw carillonklanken over de stad te laten klinken, zonder zware financiële lasten. Of er ooit weer een echt carillon zou komen, bleef in die jaren onzeker.
Pas in 1962 was het gemeentebestuur financieel in staat om daadwerkelijk over te gaan tot de aanschaf van een nieuw carillon. Daarmee kwam na decennia van behelpen een einde aan de tijdelijke geluidsoplossing en kreeg Purmerend weer een volwaardig klokkenspel in de toren.
Foto’s: Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid – Creative Commons 4.0





