Jisp – De Rechtbank Noord-Holland heeft bepaald dat de gemeente Wormerland terecht een omgevingsvergunning heeft verleend voor het gebruik van een monumentaal bijgebouw in Jisp als woning. Een omwonende die bezwaar maakte tegen het besluit krijgt geen gelijk.
Het gaat om een zogenoemde kapberg uit 1905, gelegen op het achtererf van een lintperceel aan de Dorpsstraat in Jisp. Het gebouw, dat sinds 2006 is aangewezen als gemeentelijk monument, werd eerder gebruikt als werkplaats en schuur. De eigenaar vroeg begin 2024 toestemming om het bijgebouw te gebruiken als zelfstandige woning.
Afwijking van het omgevingsplan
Volgens het geldende omgevingsplan is bewoning van het bijgebouw niet toegestaan. Daarom verleende het college van burgemeester en wethouders een vergunning via een zogenoemde buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dat mag alleen als sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’.
De omwonende was het daar niet mee eens en stapte naar de rechter. Hij vreesde onder meer aantasting van zijn woon- en leefklimaat, verlies van privacy en strijd met het beschermde landschap.
Rechtbank: gemeente heeft zorgvuldig gehandeld
De rechtbank oordeelt dat de gemeente de vergunning zorgvuldig heeft verleend. Het bijgebouw wordt niet vergroot, het karakter van het dorpslint blijft behouden en het zicht op het achterliggende landschap verandert niet. Ook is volgens de rechter voldoende rekening gehouden met de belangen van omwonenden.
Daarnaast stelt de rechtbank dat het hergebruik van monumentale panden als woning past binnen het gemeentelijk beleid. In de woonvisie van Wormerland wordt het behoud van cultuurhistorische gebouwen juist gestimuleerd door passende nieuwe functies toe te staan.
Geen nieuwe bebouwing
Belangrijk is volgens de rechter dat er geen sprake is van nieuwbouw of uitbreiding, maar uitsluitend van een functiewijziging van een bestaand gebouw. Daarmee is geen sprake van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling.
Het beroep van de omwonende is ongegrond verklaard. De omgevingsvergunning blijft in stand. Tegen de uitspraak kan nog hoger beroep worden ingesteld bij de Raad van State.






