Column van Tor Narra: Over vragen!

Over vragen!

Het stellen van vragen is een van de ultieme rechten die een gemeenteraadslid in zijn/haar instrumentenpakket heeft. Een college van B&W bijvoorbeeld is verplicht om vragen van hun raadsleden naar eer, geweten en waarheid te beantwoorden. De raadsleden moeten er namelijk rotsvast van uitgaan dat colleges en bestuurders vragen objectief en naar waarheid beantwoorden.

Maar dat laatste gaat nogal eens mis. Met name bij de gemeente Purmerend vindt men het beantwoorden van zowel technische- als schriftelijke vragen blijkbaar erg lastig. Een technische vraag bijvoorbeeld moet met (statistische) feiten en voorbeelden worden beantwoord. Het volstaat in dat geval een college of bestuurder niet om antwoorden te geven over gevolgde procedures, het uiten van onvrede over waarom men een dergelijke vraag stelt, dan wel de eventuele ambtelijke kosten te benoemen die beantwoording van een vraag teweegbrengt. Dit alles zonder een concreet antwoord op de gestelde vragen zelf te geven.

Dergelijke onfatsoenlijke beantwoording van door volksvertegenwoordigers gestelde vragen door colleges hebben slechts één doel. Om de concrete beantwoording op ‘een lastige vraag’ te omzeilen en het betrokken raadslid met ‘een kluitje in het riet’ te sturen. Dit lukt helaas in de meeste gevallen wel, eens te meer omdat de meeste raadsfracties niet vasthoudend genoeg zijn om de bewuste vraag te herhalen dan wel concreet te eisen dat het college met het juiste antwoord komt. Met name het kritiekloos berusten in de ongeïnteresseerde wijze van het beantwoorden van vragen aan de raadsleden door het college leidt vooral tot ‘de aanname’ dat bestuurders blijkbaar overal mee wegkomen? En uiteraard een werkwijze van bestuurders en ambtenaren dat ‘de raad grotendeels kan worden bespeeld’. En dat hebben de gekozen raadsleden dan toch vooral aan zichzelf te danken. 

Als toenmalig raadslid is mij persoonlijk eens verweten dat ik “niet zo lastig moet doen met herhaalvragen omdat ik niet de antwoorden schijn te krijgen die ik blijkbaar verwacht”? Op een vraag over hoeveel personen er meermaals verblijven in onze daklozenopvang geven bestuurders bv. geen concreet aantal maar een epistel over “dat het erg goed gaat met de opvang”? Concrete antwoorden blijven uit! Het systematisch ontwijken van concrete antwoorden op concrete vragen is uiteraard niet goed voor het benodigd wederzijds vertrouwen in een objectief en onafhankelijk openbaar bestuur.

Op schriftelijk gestelde vragen van onze volksvertegenwoordigers maakt men het zelfs nog bonter. Omdat dit in het algemeen over beleidsmatige zaken gaat, waarbij het college ook inhoudelijk naar haar standpunt inzake een kwestie wordt gevraagd, ligt beantwoording wat moeilijker. Er wordt namelijk niet om concrete zaken verzocht maar vooral om ‘de politiek-maatschappelijke mening’ van bestuurders. Dat betekent feitelijk dat de raadsleden de bestuurders vragen zich uit te spreken over hun ‘gronden’ van het voorgestelde beleid. In het algemeen betreft dit gestelde vragen over; of een college bereid is om armoede te bestrijden of te bestendigen; of een college al dan niet bereid is om sancties in het kader van onze participatiewet al dan niet toe te passen, enz.,

Toenmalige Purmerendse bestuurders hebben er in 2014 nieuw beleid ‘doorheen gejast’ in vooral ‘ons sociaal domein’ waarin hulp bij zorg, opvang, werk en participatie voorop staat. Namelijk het niet meer registreren van statistisch materiaal omtrent de geleverde dienstverlening aan onze ingezetenen. Men noemt dergelijke beleid ‘van tellen naar vertellen’! Opvallend is dat de toenmalige gemeenteraad zich vooral heeft laten misleiden en daarbij af te stappen van controleerbare en verifieerbare statistische informatie. Met andere woorden; wordt er vanaf 2015 niets meer registreert op basis waarvan individuele gemeenteraadsleden hun bestuur kunnen controleren op de uitvoering van bv. het door bestuurders georeerde ‘maatwerk’ dat de gemeente graag aan haar ingezetenen wenst te leveren. “Maatwerk’ dat zich voornamelijk afspeelt binnen wettelijk vastgestelde grenzen van bv. een participatiewet en een Wet Maatschappelijke Ondersteuning. In tegenstelling tot wat veel bestuurders de indruk schijnen te wekken dat ‘maatwerk uitgaat van de client zijn persoonlijke situatie’, maar dit zich feitelijk beperkt tot de zoektocht naar vrienden en familie die de daadwerkelijke ondersteuning uit handen van de gemeente nemen. Voor de rest is het beloofde maatwerk niets meer dat een onderwerping aan regels en bepalingen die vooral hulpvragers moeten controleren in een door de overheid gedicteerde ‘eigen kracht’! Vooralsnog leven we in een tijdgeest dat volksvertegenwoordigers, onze ingezetenen en bestuurlijk Nederland geen verantwoording wenst te dragen voor het welzijn van eenieder. Dat is inmiddels een spel der vrije krachten geworden, het recht van de sterkste, een ultiem Darwinisme van een samenleving dat elke morele verantwoordelijkheid als geheel heeft laten varen.

Bestuurders die niet inzien dat een juiste beantwoording van vragen meer draagvlak zal genereren dan een arrogant, hooghartige opstelling dat zij zelf wel uit zullen maken welke informatie wel of niet wordt prijsgegeven, zijn feitelijk niet meer dan voorstanders van een ‘schijndemocratie’!

Het is aan gemeenteraden zelf om – meer en andere – kaders te stellen aan de informatieverstrekking door bestuurders. Gekozen raadsleden die zich niet herkennen in deze kader stellende rol zijn feitelijk incompetent. En slechts een bijwagen geworden van bestuurders die hun eigen macht van groter belang vinden dan zich te onderwerpen aan democratische spelregels. 

Tor Narra (a.k.a. E. van Damme)

@tornarra
26 juni 2019

Regio Media TV

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Elke vrijdag om 12:00 uur in uw mailbox.

Laatst binnengekomen

Volg en vind ons leuk op Facebook

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*